Overzicht lendenwervelkolom pathologie

Een van de meest voorkomende problemen ter hoogte van de lendenwervelkolom is een discushernia. We gaan hier verder op in.

INTERVERTEBRALE DISCUS HERNIA

Inleiding:

Symptomen van lumbale discus herniatie is vaak rugpijn die gradueel of plotseling toeneemt naar uitstralende pijn naar één van de onderste ledematen. De pijn kan toenemen bij hoesten, niezen of persen.
Patiënten zijn beperkt in hun bewegingen, hoewel langdurig aanhouden van dezelfde houding vaak ook pijnlijk kan zijn.


Behandeling:

Conservatief:
Relatieve bedrust (rust voor 2 tot 4 dagen) voor patiënten met ernstige radiculaire symptomen.
Daarna opnieuw mobiliseren.
Verandering van activiteit.
Het doel is hier om een aanvaardbaar niveau van comfort te bereiken terwijl voldoende fysische activiteit wordt verdergezet.
Rugschool met aandacht voor hef- en tiltechnieken. Te vermijden is heffen van te zware lasten, langdurig zitten en vooroverbuigen of roteren van de rug.

Analgetica:
Ontstekingsremmers kunnen gebruikt worden, alsook klassieke pijnstillers. Sterkere pijnstillers moeten voorgeschreven worden door uw behandelende arts.

Spierrelaxantia:
Doel hiervan is de spierspasmen te verminderen en daardoor ook lage rugpijn. Het gebruik hiervan is controversieel.

Epidurale corticosteroide inspuitingen : deze kunnen op korte termijn de radiculaire pijn verminderen of doen verdwijnen indien conservatieve behandeling geen effect heeft gehad en in een poging om chirurgie te vermijden.

 

TERMINOLOGIE:
 

Degeneratieve discus: slijtage van de interne structuur van de discus, vaak met hydratatievermindering, hetgeen het best geëvalueerd wordt op NMR-scan, en vermindering van de discushoogte. Dit kan optreden zonder uitpuilen van discusmateriaal buiten de normale grenzen.

Bulging: circumferentieel symmetrische extensie van de discus voor beide eindplaten (dit neemt toe met de leeftijd). Het is echter nog een normaal verschijnsel.

Discusprotrusie: focale of asymmetrische extensie van de discus voorbij de discusgrens met een brede connectie tussen de discus en het geprotrudeerde deel.

Discus sekwester: een uitgestoten discuspartikel waarbij het vrije fragment geen contact meer heeft met de oorspronkelijke discus.

Spinaal stenose: vernauwing van de anteroposterieure doormeter van het spinaal kanaal beneden een kritische waarde. In dit lumbale regio betekent dit ook een laterale recessusstenose. De vermindering in doormeter kan een lokale zenuwcompressie betekenen en/of de bloedtoevoer naar het ruggenmerg of de caude equina compromiteren. De stenose kan congenitaal zijn, of - meestal - verworven.
In de lumbale regio wordt het syndroom van neurogene claudicatio gemakkelijk herkend. In de cervicale regio zijn cervicale myelopathie en ataxie door spinocerebellaire tractuscompressie vnl aanwezig. In 5% zijn lumbale en cervicale stenosen symptomatisch tegelijkertijd. Spinale stenose op thoracaal niveau is zeldzaam.

Lumbale spinaal stenose: symptomatische lumbaalstenose is vnl aanwezig op niveau L4L5 en in mindere mate op L3L4,L5S1 en L2L3. Het komt vnl voor bij patiënten die congenitaal reeds een nauw kanaal hebben met een verworven degeneratie ovv facethypertrofie, hypertrofie van het ligamentum flavum, protrusie van de discus of spondylolisthesis. Patiënten melden zich vnl aan met een neurogene claudicatio die moet gedifferentieerd worden van een vasculaire claudicatio.