Halswervelkolom

 We lichten hier één specifiek type ingreep ter hoogte van de halswervelkolom toe namelijk een cervicale fusie/cervicale discusprothese.

Indicatie.
De belangrijkste reden om over te gaan tot een chirurgische behandeling van een tussenwervelschijf in de nek is een locale knelling van de zenuwwortel aldaar.
Een patiënt met deze problematiek ervaart pijn in de nek maar voornamelijk in de arm met uitstraling tot onder de elleboog en soms tot in de vingers.
Frekwent is ook het optreden van tintelingen tot in de vingers van linker of rechter hand.
Niet onfrekwent gaat dit ook gepaard met een gevoel van verminderde kracht in de bovenste ledematen.

Bij klinisch onderzoek testen wij dan ook de kracht, het gevoel en de reflexen van beide bovenste ledematen waaruit we een al dan niet gekneld zijn van de zenuw kunnen vaststellen. Via specifieke bewegingen met hoofd en nek kunnen we eventueel het pijnprobleem uitlokken hetgeen voor ons ook een bewijs is van een locale zenuwknelling.

Uiteraard dienen bijkomende technische onderzoeken verricht te worden om het vermoeden van een zenuwknelling te bevestigen.

Vooraleerst zijn er de radiologische onderzoeken.
3 type radiologische onderzoeken vullen elkaar aan.

1. een klassieke röntgenopname frekwent aangevuld met dynamische opnames waarbij het hoofd voorover en achterover bewogen wordt, geeft ons een idee over de graad van slijtage van de tussenwervelschijven en de kleine gewrichtjes in de nek. Deze beoordelen ook de graad van beweeglijkheid. Zenuwwortels of tussenwervelschijven kunnen op dit onderzoek echter niet gevisualiseerd worden.
2. een CT-scan van de nek kan wel de tussenwervelschijf in het licht stellen en kan dus de diagnose stellen van een discus hernia in de nek. Een discus hernia is een uitstulping van de tussenwervelschijf die de zenuwwortel afknelt. Daarnaast kan een CT-scan beter dan enig ander onderzoek een locale arthrose ter hoogte van specifieke kleine gewrichtjes in de nek in het licht stellen. Arthrose is een graad van slijtage waarbij gewrichtjes in volume toenemen en waarbij de extra botaangroei de zenuwwortel comprimeert.
3. een NMR of magnetische scanner geeft een beter overzicht over de totale cervicale wervelkolom met inbegrip van de kleine hersenen en de overgang tussen het hoofd en de nek. Dit is een nog meer gedetailleerd onderzoek voornamelijk wat betreft de zenuwstructuren en waarbij ook aandoeningen van het ruggemerg zelf of zeldzame (goedaardige) gezwellen van ruggemerg, zenuwwortels of ruggemergvliezen kunnen vastgesteld worden.

Niet chirurgische behandeling.
Uiteraard staat een chirurgische behandeling quasi nooit op de eerste plaats ter behandeling van een geknelde zenuw tenzij de zenuw zodanig beschadigd is dat er een belangrijke uitval is van zenuwfunctie en dit voornamelijk onder de vorm van verminderde kracht.

In eerste instantie is adekwate pijnstilling en ontstekingsremmende middelen een zeer zinvolle behandeling om bijkomende bijkomende spierspanning en blokkage van de nek te voorkomen. Ook massage en locale warmte kunnen hiertoe bijdragen.

 

Is deze behandeling ontoereikend, kunnen locale infiltraties en bijvoorbeeld epidurale infiltraties een zinvolle therapeutische optie zijn. Epidurale infiltraties brengen rondom de geknelde zenuwwortel Cortisone om op die manier de geïrriteerde en geknelde zenuw tot rust te brengen.

Chirurgische Techniek.
Wanneer er nu een blijvende uitval is van zenuw functie of het pijnprobleem blijft bestaan ondanks allerlei niet-chirurgische behandelingen, is een operatie zeker een goede keuze ter behandeling van de hoger beschreven klachten.

Het belangrijkste doel van de operatie bestaat uit het vrijleggen van de geknelde zenuw. Dit gebeurt klassiek via een insnede meestal rechts vooraan in de hals waarbij via een huidincisie volgens de huidplooien een toegang vrijgemaakt wordt tot aan de halswervelkolom. Om dit te doen, dienen de luchtpijp en de slokdarm licht naar opzij verplaatst te worden hetgeen ook lichte slikmoeilijkheden in de eerste dagen na de ingreep kan verklaren.

Tijdens de ingreep wordt dan de tussenwervelschijf of meerdere tussenwervelschijven verwijderd en de uitgestulpte tussenwervelschijf of de locale arthrose bij middel van kleine tangetjes weggenomen om aldus de zenuwwortels volledig vrij te maken en de oorzaak van de klachten weg te nemen.

Wanneer nu deze tussenwervelschijf weggenomen is, dient de ruimte tussen beide wervels opgevuld te worden. Wanneer dit niet zou gebeuren, zouden beide wervels heel dicht op elkaar komen te staan en aanleiding geven tot een belangrijk pijnprobleem.

Om deze tussenwervelruimte op te vullen, zijn er nu verschillende opties.

1. De klassieke behandeling is het opvullen van deze ruimte met een volledig blokje eigen bot genomen uit de heupkam. Andere mogelijkheden zijn een kunststofkokertje opgevuld met eigen botschilfers ook uit de heupkan genomen of volledig gevuld met kunstmatig bot. Al dan niet kan deze constructie bijkomend verstevigd worden met het plaatsen van een plaatje en schroefjes in de wervel boven en onder de behandelde tussenwervelruimte.

Het uiteindelijke resultaat is het vastgroeien van de wervel boven en onder de behandelde tussenwervelschijf aan elkaar.

Ervaringen uit het verleden en internationale studies hebben aangetoond dat het vastmaken van 2 wervels aan elkaar de belasting op het boven en onderliggend niveau in de jaren na de operatie bijkomend verhoogd en aanleiding kan geven tot toegenomen slijtage fenomenen.

Deze slijtage fenomenen kunnen in een bepaald percentage ook opnieuw resulteren in een pijnproblematiek en soms aanleiding geven tot een bijkomende ingreep.

Dit verschijnsel heeft aanleiding gegeven tot het ontwikkelen van een alternatief.

 

2. dit alternatief bestaat uit het aanbrengen van een kunstmatige tussenwervelschijf tussen beide wervels. Deze heeft tot doel de ruimte tussen beide wervels te behouden maar de beweeglijkheid tussen beide wervels intact te laten. Het idee is dat door deze procedure, de bijkomende belasting op hoger en onderliggend niveau in de jaren na de ingreep zich niet zou voordoen en dat we met deze procedure symptomen en eventuele heringrepen zouden kunnen vermijden. Langdurige follow-up van deze techniek ontbreekt echter nog om dit op dit moment met zekerheid aan te tonen. Een theoretische onderbouw geeft hiervoor echter wel belangrijke argumenten.

Van deze kunstmatige tussenwervelschijf zijn er verschillende types. Wij gebruiken in onze dienst courant 3 types, de Bryan prothese, de Prodisc C prothese en de Prestige prothese. Deze prothesen verschillen qua materiaal en qua vorm maar een werkingsmechanisme en klinisch resultaat zijn vergelijkbaar.

In sommige omstandigheden is het plaatsen van een beweeglijke prothese of kunstmatige tussenwervelschijf niet aangewezen. Bepaalde vormen van arthrose waarbij het volledige wervellichaam dient verwijderd te worden, laat het plaatsen van een beweeglijke tussenwervelschijf niet toe. Tevens is het plaatsen van een beweeglijke tussenwervelschijf tegenaangewezen wanneer het bot te zwak is of de graad van slijtage te sterk uitgesproken is.

Verloop van de hospitalisatie.
U wordt de avond voor of de dag van de ingreep opgenomen en wordt door de verpleegkundige op de afdeling opgevangen. Hij of zij geeft u de nodige informatie omtrent het klassieke verloop van een dergelijke ingreep.

De regio thv de hals wordt zo nodig geschoren.

De ingreep duurt afhankelijk van het aantal te behandelen niveaus tussen 1,5 en 3 uur.

De eerste nacht na de operatie verblijft u meestal op de ontwaakafdeling van de operatiezaal of op de dienst Intensieve Zorgen. Dit verblijf heeft tot doel u van nabij op te volgen in de eerste uren na de ingreep bijvoorbeeld om een nabloeding in de hals op tijd te onderkennen.

De nacht na de ingreep mag u uit bed komen, wordt meestal de wonddrainage en het infuus verwijderd.

Na de ingreep dient u een halskraag te dragen wanneer er geopteerd werd om over te gaan tot het uitvoeren van het vastzetten van beide wervels. Wanneer een prothese of kunstmatige tussenwervelschijf geplaatst wordt, is het dragen van een halskraag niet nodig.

De 2de of 3de dag na de operatie kan u principieel het ziekenhuis verlaten. U krijgt van de kinésist op de afdeling nog de nodige richtlijnen bij ontslag.

De eerste weken thuis dient u relatieve rust te respecteren. De nodige afwisselende activiteiten onder de vorm van wandelen en lichte huishoudelijke activiteiten zijn echter zeker toegelaten. Bedrust is absoluut niet nodig. Wanneer de wervels vastgemaakt zijn, dient de halskraag gedragen te worden tot de eerste controle raadpleging 6 weken na de ingreep. Wanneer deze kan uitgelaten worden, bespreekt de chirurg op de eerste controle raadpleging.

 

Wanneer een kunstmatige tussenwervelschijf geplaatst is, dient er dus geen zachte halskraag gedragen te worden maar dient U toch extreme bewegingen in voorover buigen en achterover buigen te vermijden de eerste 3 maanden.

Werkhervatting is mogelijk gemiddeld tussen de 2 en de 4 maanden na de ingreep. Dit hangt uiteraard af van de specifieke oorzaak waarom de ingreep uitgevoerd werd en de aard van uw professionele activiteiten.

Principieel komt u toch enkele malen op controle raadpleging waarbij meestal bij middel van een röntgenfoto de verdere evolutie van de ingroei wordt vastgesteld.
Bij het plaatsen van een prothese wordt de beweeglijkheid in de maanden na de ingreep ook op die manier verder gevolgd.